Groepsvorming is een van de belangrijkste taken van een nieuwe klas en de leraren die hierbij betrokken zijn. Hoe de groepsvorming verloopt zegt iets over hoe veilig het leerklimaat in de klas is, hoe leerlingen zich kunnen gaan ontwikkelen en in welke mate leerlingen zich op hun gemak voelen. Groepsvorming is dus van essentieel belang, voor jou en voor de groep.

Pittige momenten

Maar, groepsvorming kan ook een pittig proces zijn. De groep zelf kan door een flinke storm (stormingfase) gaan voordat ze een veilige groep worden en het proces van groepsvorming kan ook verkeerd lopen. In dat geval ontstaat er geen veilige groep en wordt leren moeilijker en soms zelfs bijna onmogelijk. Het proces moet dan eigenlijk opnieuw. Gelukkig verloopt het proces over het algemeen goed en gaat veel hiervan ook op een hele natuurlijke manier. De taak van de leraar is vaak vooral sturend en in sommige gevallen door het stellen van grenzen. Uiteindelijk gaat het hier om groepsvorming bij kinderen of pubers en die hebben vaak toch wat andere normen, waarden en grenzen.

Vermoeiend

Het proces van groepsvorming kan best vermoeiend zijn voor leraren. Mentoren of groepsleerkrachten zijn dag in dag uit met de groep bezig en dus ook bezig met het sturende en grenzen stellende proces. Ze weten goed wat er gaande is in een groep. Dat maakt het niet minder vermoeiend, maar wel makkelijker om bepaald gedrag in een context te plaatsen. Voor vakleerkrachten of leerkrachten die slechts een aantal keer per week met een groep werken, staat het proces wat verder van ze af. Het is daarom niet altijd mogelijk om precies te weten waar een groep zich bevindt binnen het groepsproces en daardoor moet je er steeds weer ‘in rollen’. Iedere les die je geeft opnieuw even aanvoelen waar de groep zich binnen het groepsvormingsproces bevindt.

Pick your battles

Precies hierom is het belangrijk om je aan de slogan ‘pick your battles’ vast te houden! Tijdens het lesgeven beland je regelmatig in situaties waarbij je twee dingen kunt doen:

  1. Je gaat erop in
    En dat betekent dat je in discussie gaat of een aanvaring aangaat.
  2. Je laat het gaan
    En dat betekent dat je soms, bewust, doet of je iets niet ziet of gehoord hebt. Of je kiest ervoor om humor in te zetten als ‘wapen’.

Wat mij betreft is dit iedere keer weer een keuze. Een keuze die jij zelf maakt en die direct gevolg heeft op de band met je leerlingen en klassenmanagement. Zelf ben ik dagelijks bezig met de keuze tussen deze twee: laten gaan of op ingaan. En daarbij zijn een aantal dingen voor mij belangrijk in de afweging. Ik hecht veel waarde aan veiligheid in de klas en accepteer daarom dus ook geen pestgedrag. Ik vind het belangrijk dat we respect voor elkaar (dus niet zij alleen voor mij, maar voor elkaar) hebben en daarom vind ik het belangrijk dat we elkaar laten uitpraten en geen vervelende opmerkingen maken als iemand praat of een antwoord geeft. Gebeurt dit? Dan kies ik er bewust aan om ‘de battle’ aan te gaan. Ik vind dat de moeite van mijn energie waard. Ik vind dat de band met mijn leerlingen waard. Ik wil namelijk dat zij erop vertrouwen dat ze in mijn les veilig zijn om te leren en zich te uiten.

Tegelijkertijd zijn er moment waarop ik ‘de battle’ niet aanga. Ik zie soms wel eens leerlingen met elkaar kletsen over andere zaken tijdens groepswerk. Er zijn momenten waarop ik dat even laat gaan. Soms is het voor pubers belangrijk om dat gesprek even te voeren. Ik heb geen idee waarom, maar ik heb wel geleerd dat het verstoren van dat momentje soms negatief uitpakt voor mijn band met die leerlingen. Ik houd het wel in de gaten. Duurt het te lang? Dan loop ik even langs het groepje en wijs ik ze erop. Ik geef daar dan ook bij aan dat ik ze al even hun gang heb laten gaan en dat het nu weer tijd is voor het echte werk. Dit is voor mij een bewuste keuze. Misschien is het niet eens zozeer dat ik ‘iets wat niet mag’ laat gaan, ik kies ervoor het corrigeren anders aan te pakken. Niet direct er bovenop zitten, maar door middel van non-verbale communicatie aan te geven dat ik zie wat er gebeurt. Heel vaak zien leerlingen dit en dan weten ze dat ze iets moeten doen/aanpassen. En als die non-verbale communicatie niet voldoende is, dan loop ik even naar zo’n groepje leerlingen of leerling toe. Dan benoem ik het ‘probleem’ een-op-een.

Ik kies dus heel bewust van welke zaken ik een strijd maak en van welke zaken niet. Natuurlijk maak ik meer strijd van zaken die ik belangrijk vind voor mij, mijn leerlingen en het groepsproces. Verder vind ik het vooral heel belangrijk om de zaken waar ik geen strijd van maak met humor op te lossen. Ik heb gemerkt dat ik daarmee veel meer bereik. Ook (misschien wel juist) tijdens de stormingfase. En ik heb ook gemerkt dat het mij helpt bij het opbouwen van de band met mijn leerlingen. Hoe meer strijd ik maak, hoe moeizamer dat gaat. Hoe meer humor ik toepas bij het oplossen van problemen, hoe beter de band met mijn leerlingen wordt.

Meer klassenmanagement?

Op dit moment lopen er twee e-learnings waarin klassenmanagement in meer of mindere mate centraal staat. De korte e-learning Starten in het onderwijs: basistips en de uitgebreide e-learning Praktisch klassenmanagement.

Opeens weet je het…

Je wordt leraar! In dit boek beschrijf ik precies welke keuzes je moet maken, welke zaken je moet overwegen, welke opties je hebt en waar die opties je brengen. Met recht een praktische leidraad om jezelf te dirigeren naar een omscholingstraject dat zo goed mogelijk bij jou past!

Je kunt ook met mijn om de (virtuele) tafel en een studiekeuzetraject aangaan. We gaan dan samen op zoek naar de antwoorden op alle vragen die ik je wil stellen voordat je een definitief besluit neemt. Op zoek naar een traject dat bij jou past en de kans van slagen daardoor ook zo groot mogelijk maakt. Wil je daarover meer lezen? Klik dan hier!