Onlangs ben ik gestart met een meerdaagse training formatief evalueren. Hoewel ik al veel over het onderwerp weet vanuit mijn studie, merk ik dat ik nog wel wat meer kennis kan gebruiken op praktisch gebied. Wanneer je de theorie onder de knie hebt, is de stap naar het uitvoeren van die theorie in de praktijk soms nog best lastig. Formatief evalueren bestaat uit een aantal stappen. Je stelt doelen, toetst en geeft feedback. Maar het belangrijkste is misschien wel de koppeling die je op basis van de verkregen informatie moet maken met de ‘de volgende stap’. Hoe ga jij je leerlingen verder helpen? Tijdens de training worden meerdere werkvormen en methodes besproken. Een daarvan is de methode van het stoppen met vingers opsteken.

Waarom stoppen met vingers opsteken?

Je kent het vast wel, je bent bezig met het uitleggen van (nieuwe) stof en vraagt tussendoor af en toe naar stof die al bekend zou moeten zijn. Bij iedere vraag die je stelt valt het je misschien op dat dezelfde leerlingen hun vingers opsteken om antwoord te geven. Dat is natuurlijk prettig, kennelijk is er bij deze leerlingen iets blijven hangen van wat je in een eerdere les hebt uitgelegd. Het is alleen wel jammer dat het altijd dezelfde leerlingen zijn die hun vingers opsteken. En welke conclusie trek je uit deze waarneming? Betekent dit dan dat degenen die hun vingers niet of nauwelijks opsteken de stof niet beheersen? Dat kan, maar het is natuurlijk niet de meest logische conclusie. Veel logischer is het dat leerlingen die hun vingers opsteken het antwoord (denken te) weten en het ook durven zeggen in de klas. Leerlingen die hun vingers niet opsteken weten het antwoord misschien ook wel, maar durven niet voor de klas te spreken of zijn bang dat ze het per ongeluk toch fout hebben.

Een goed beeld van de hele klas

Het liefste wil je natuurlijk van iedereen in je klas weten of ze de stof begrijpen. Als je voorkennis controleert, wil je weten of de hele klas heeft onthouden wat er vorige keer is besproken en of het ze lukt om deze stof te koppelen aan de stof van vandaag. Daar zijn verschillende mogelijkheden voor. Je kunt bijvoorbeeld werken met kaartjes. Je stelt vragen waarop leerlingen een kaartje opsteken. Zo heb jij een goed beeld van wie wel en wie niet het juiste antwoord kan reproduceren. Je kunt ook werken met een entreeticket, zodat je aan het begin van de les weet wat er van de vorige les is blijven hangen. En je kunt een exitticket doen, waarmee je kunt controleren het doel van de les is behaald.

Zonder vingers werken

Bovenstaande manieren gebruikte ik al regelmatig, maar het bewust werken zonder vingers deed ik nog niet eerder. Het principe is simpel. Gedurende de hele les mogen leerlingen hun vingers niet opsteken om antwoord te geven op de vragen die jij in de les over de stof stelt.

Hoewel dit dus simpel klinkt, is het in de praktijk nog niet zo makkelijk. Kinderen hebben namelijk van nature de behoefte om hun vinger op te steken als ze het antwoord weten (en durven te vertellen). Het heeft mij dan ook aardig wat lessen gekost om de leerlingen te laten wennen aan het feit dat ze in mijn les hun vinger niet mogen opsteken als ze het antwoord weten.

Wat dan wel?

Tijdens mijn les stel ik regelmatig vragen. Begrip, inzicht en betekenis. Ik koppel in vragen eerdere stof met de nieuwe stof. En bij iedere vraag kies ik zelf, random, leerlingen om mij het antwoord te vertellen. Dit doe ik aan de hand van de namenlijst. Maar je kunt er ook voor kiezen om stokjes te maken met alle namen erop. Een getrokken naam leg je dan opzij totdat je iedereen gehad hebt.

In de praktijk blijkt dat veel leerlingen prima in staat zijn om antwoord te geven op de vragen. Ook de leerlingen die nooit hun vingers opsteken blijken in de praktijk bijna altijd tot een antwoord te komen.

De keren dat het antwoord niet door een leerling gegeven kan worden, is lukt het uiteindelijk met een beetje hulp alsnog. Door de leerling in de goede richting te sturen, een hint te geven of samen een stappenplan door te lopen (bijvoorbeeld bij een wiskundesom of een zin bij grammatica), blijken deze leerlingen toch een goed antwoord te kunnen reproduceren.

Voordeel

Een voordeel van het werken zonder vingers is dat alle leerlingen aan bod komen. Iedereen wordt in de gelegenheid gesteld om een antwoord te geven. En omdat dit, met een beetje hulp, heel vaak ook lukt is het spreken voor de klas vaker een succeservaring voor de leerlingen. Voor de docent is het voordeel het inzicht in de mate waarin leerlingen de stof beheersen. Niet alleen van de leerlingen die geen probleem hebben met antwoorden voor de klas, maar van alle leerlingen in de klas.

Nadeel

Er kleven niet alleen maar voordelen aan deze methode. Er zijn zeker ook nadelen. In een documentaire over Dylan Wiliam, bekend van verschillende literatuur rondom formatief evalueren, komt een van de nadelen naar voren. In die documentaire blijkt dat ook leerlingen die vaak hun vingers opsteken onzeker kunnen zijn. Zij steken wel vaak hun vinger op, maar altijd op momenten dat ze er echt heel erg zeker van zijn dat ze het goede antwoord kunnen geven. Deze leerlingen steken ook weleens niet hun vinger op. En dat is op de momenten dat ze het niet zeker weten. Doordat je nu, zonder vingers, de beurt random geeft aan leerlingen kan het voorkomen dat zij de beurt krijgen terwijl ze het antwoord niet (zeker) weten. Daar worden zelfs de meest zelfverzekerde leerlingen onzeker van.

Jouw taak

Het is  jouw taak als docent om die onzekerheid weg te nemen bij alle leerlingen. Om te zorgen dat alle leerlingen zich vrij genoeg voelen om hun antwoord te geven. Een veilig leerklimaat in de klas, orde houden en klassenmanagement moeten daarom (in mijn beleving) op orde zijn voordat je je aan deze manier van werken gaat beginnen.

Maar als dat zo is en je begint op deze manier te werken, dan zal je merken dat het zijn vruchten afwerpt. Na een tijdje weten leerlingen wat je van ze verwacht en hoe je omgaat met het beantwoorden van vragen. Op den duur krijg je een goed beeld van de mate waarin jouw leerlingen de stof beheersen.

Random aanwijzen

Nog een laatste puntje. Het random aanwijzen van leerlingen kan op verschillende manieren. Je kunt de klassenlijst erbij pakken en de namen afgaan. Of steeds een naam overslaan en zo doorgaan tot je iedereen gehad hebt.

Maar je kan ook gebruikmaken van handige hulpmiddelen of online tools. Denk aan ijslollystokjes met namen erop of een namenrad dat online draait.

Hoe dan ook, ik ben heel benieuwd hoe je deze manier van werken ervaart!

Meer over mij?

Volg je mij al op Instagram? Daar geef ik je dagelijks een kijkje in mijn docentenleven. Niet alleen mijn werk, maar ook de combinatie met mijn gezin, studie en mijn bedrijf komt hier voorbij! Op Facebook vind je een Facebookgroep voor Startende en Studerende docenten en een Facebookgroep voor Activerende Werkvormen.

Ben je op zoek naar een training voor jezelf of het hele team? Neem vrijblijvend contact met mij op. Ben je op zoek naar een leuke download om in te zetten tijdens je lessen, een fijne online training of een praktisch e-book? Neem dan eens een kijkje in mijn academie. De komende tijd vind je hier steeds meer middelen voor jouw professionalisering.

 

 

Marjolein

http://www.m2onderwijseducatie.nl

Marjolein is 37 jaar, getrouwd en moeder van vier kinderen. Ze werkt als docent Nederlands op een middelbare school. In het kader van de master Onderwijswetenschappen doet zij onderzoek en schrijft zij aan haar scriptie. Startende docenten en zij-instromers begeleiden naar een prettig docentenleven is haar passie. Haar motto: hoe hard het soms ook werken is, het onderwijs is het leukste werkveld van de wereld! Voor Docentenleven schrijft zij artikelen over starten en studeren in het onderwijs, activerende werkvormen, formatieve evaluatie, ICT in de les en online/hybride onderwijs. Daarnaast ontwikkelt zij trainingen en lesmateriaal. In november 2021 komt haar eerste boek uit!