Regelmatig speel ik spelletjes in de les. Spelletjes waarbij een device nodig is, zoals Gimkit. Maar ik speel ook graag het spel dat ik ooit online vond (waarvan ik het speelbord inmiddels gelamineerd heb) en werkwoordspelling oefent. Op deze manier met de stof omgaan, stimuleert leerlingen enorm en het vergroot de kans dat de stof blijft hangen. De leerlingen moeten namelijk nadenken over de stof. En dat is niet alles. Als je een spel zorgvuldig uitkiest of de spelregels een beetje aanpast, maak je er groepswerk van. De leerlingen moeten dan overleggen, taken verdelen en samen tot een antwoord komen. De levert nog veel meer op dan alleen het beklijven van de stof!

Een stapje verder

Toch wilde ik nog een stapje verder gaan! Ik wilde graag dat mijn leerlingen nog actiever met de stof zouden omgaan. Dat ze de stof eerst echt helemaal moesten doorgronden, zodat ze nog een stapje verder konden gaan. Een spel spelen waarin de lesstof verwerkt is, leert je een heleboel. Maar je leert er nog meer van als je het spel zelf maakt! Om een spel te maken moet je precies weten wat de inhoud van dat spel (in dit geval dus de lesstof) is. Je moet die lesstof kunnen uitleggen om het te kunnen verwerken in een spel.

In de praktijk

Ik pas deze werkvorm toe in de onderbouw van de middelbare school en ik moet zeggen dat het over het algemeen een succes is! Maar hoe pak je het aan?

Stap/les 1: verdeel de klas in groepjes en laat de leerlingen de taken verdelen. 
Er is vaak maar beperkt tijd, dus er moet doorgewerkt worden. Daarom is het belangrijk dat de leerlingen de taken verdelen. En taken zijn er! Er moet worden nagedacht over het type spel, de inhoud (wat wel en wat niet en op welke manier behandelen we de stof?), de tijd moet bewaakt worden, iemand moet het geheel (het uiteindelijke resultaat) in het oog houden, de stof moet worden opgezocht, begrepen en kunnen worden uitgelegd voordat het in een spel kan worden verwerkt en ook het maken van het spel bevat de nodige taken. Kortom: les 1 bevat voornamelijk administratieve handelingen.

Stap/les 2: bedenken van het spel en het opzoeken en noteren van de lesstof
Ik ga er hier van uit dat de stof al eens is behandeld in de les. Een spel maken over lesstof die je nog nooit hebt gezien of gehoord is wel vrij moeilijk. Maar, niet onmogelijk! Dat is iets wat je zelf moet inschatten. In deze tweede stap gaan de leerlingen eerst brainstormen over het type spel dat zij willen maken. Wordt het een kaartspel, bordspel of iets heel anders? Wil je je leerlingen op weg helpen? Dan kan je denken aan de volgende opties:

  • Memory (ene kaartje is een begrip, andere kaartje is een voorbeeld/betekenis)
  • 30 seconds
  • Kwartet

Het leuke is, leerlingen kunnen ontzettend creatief zijn. En door leerlingen een beetje slim bij elkaar te plaatsen, is er altijd wel iemand die met een heel tof idee komt. Vorig jaar had ik een groepje die een heel leuk bordspel had bedacht en zelf pionnen hadden gemaakt. De pionnen hadden de hoofden van favoriete docenten (met toestemming). Kortom: leerlingen komen vaak wel op een heel goed idee!

Vervolgens is het de bedoeling dat het spel gevuld wordt met vragen(kaartjes), waarbij het vooral heel belangrijk is dat de leerlingen woorden/begrippen/termen combineren met voorbeelden. Het spel moet dus de speler uitdagen om een voorbeeld of betekenis te geven. Dit kan voor vrijwel ieder vak!

  • De vraag is een som en de uitkomst is het antwoord
  • Er worden drie varianten van een woord gegeven en de speler moet de juiste spelling eruit halen
  • De vraag is een begrip, het antwoord is de uitleg van dit begrip
  • De vraag is een historische gebeurtenis, het antwoord is een jaartal

Ook hierbij is mijn ervaring met de creativiteit van leerlingen zeer positief! Ze komen echt met verrassende oplossingen.

Stap/les 3: het ontwerpen van het spel

Als duidelijk is wat de leerlingen willen maken en welke stof ze hierin verwerken, dan gaan ze aan de slag met het ontwerpen van het spel. Belangrijk is hierbij dat de leerlingen in de gaten houden dat ze voldoende vragen/opdrachten bedenken. Het spel moet ongeveer 10 tot 15 minuten duren.

Deze fase vind ik het leukste. Ik zet altijd een muziekje op en de leerlingen werken vaak hard aan hun creaties. Ze zijn zelf vaak heel trots op de opgaven die ze bedenken. En ik zie de (creatieve) hersens werken in deze les(sen).

Stap/les 4: het maken van de spelregels

Ik geef Nederlands en daarom is dit bij mij een van de belangrijkste onderdelen. Het spelregelblad laat ik vaak meetellen voor een cijfers (bijvoorbeeld voor het leesdossier dat leerlingen opbouwen). De spelregels moeten duidelijk en volledig zijn. Niet te lang, maar zeker niet te kort. Leesbaar en in een prettig leesbaar lettertype. Deze opdracht kan eventueel ook thuis gemaakt worden. Zeker als je geen toegang hebt tot computers.

En dan… game on!

Na al dit werk is het natuurlijk heel belangrijk dat de spellen gespeeld worden! Ik zorg dat ik daar een hele les voor inruim. In die les (die ik van te voren aankondig) spelen we alle spellen die er zijn. Gemiddeld hebben we 5 spellen (5 groepen) en dat betekent dus 10 minuten per spel. Als er een pauze na mijn les zit, wil ik nog wel eens wat langer doorgaan. Maar dit bespreek ik dan wel van te voren met de leerlingen.

Ik zorg voor een lokaal met tafels in groepjes. De leerlingen zorgen voor de spellen en de benodigdheden zoals dobbelstenen etc. En dan gaan we aan de slag. Door middel van een belletje of ander geluid weten de leerlingen dat we gaan rouleren. En zo kan ieder groepje laten zien wat hij heeft gemaakt en geleerd.

Om te overwegen

Een aantal dingen zijn goed om van te voren over na te denken:

  1. Hoeveel tijd (lessen) kan en wil je hieraan besteden? Maak duidelijk hoeveel tijd de leerlingen op school hebben en of zo ja, hoeveel tijd ze er thuis nog aan moeten besteden. Maak eventueel een schema of planning.
  2. Bedenk hoe je de stof verdeelt over de groepjes. Behandelt iedereen dezelfde stof (kan interessant zijn om te zien hoe iedereen dit op zijn eigen manier verwerkt) of hak je de stof in onderdelen? In dat laatste geval moet je overwegen om zelf de stof over de groepjes te verdelen. Anders wordt er misschien teveel tijd verspild aan deze verdeling.
  3. Wat mogen ze wel en niet op de computer doen? Wil je ze creatief zonder of met ICT laten zijn? Dat is natuurlijk aan jou en aan jouw mogelijkheden binnen de school!
  4. Zorg dat je de les waarin je de spellen gaat spelen van te voren goed voorbereidt. Maak duidelijke afspraken. Leg uit hoe lang de spelrondes duren. Laat weten welk geluid betekent dat er een ronde voorbij is. Als je dit een les van te voren bespreekt en tijdens de spelletjesles nog op het bord zet, dan voorkom je onduidelijkheden en onnodige onrust.
  5. Bepaal waar voor jou het zwaartepunt ligt. Voor mij zijn het de spelregels, omdat ze daarbij leren een instructie te schrijven, op hun spelling letten, goede zinnen formuleren etc. Geef je Engels? Dan kunnen de spelregels misschien in het Engels? Geef je een creatief vak? Dan ligt voor jou het zwaartepunt misschien bij het creatieve gedeelte. Goed om dit ook te communiceren naar de leerlingen!

Ben je enthousiast geworden over mijn lesideeën? Zou je ook graag praktische tips en ideeën krijgen, afgestemd op jouw persoonlijke situatie of de situatie van jouw team? Dat kan! Kijk daarvoor eens op deze pagina of bekijk de workshops!