Het lerarentekort is groot. Elke dag staan de kranten er vol mee. Er dreigen nieuwe stakingen. Scholen sturen klassen naar huis of moeten zelfs de deuren sluiten. Jij trekt je dit aan. Je bent best goed met kinderen. Je hebt een leuk vak waar je ook goed over kunt vertellen. Hoe dan ook, je waagt de sprong om voor de klas te staan.

Voldoende kansen in het onderwijs

Normaal gesproken zou je tijdens je opleiding eerst wat stages doen, maar in deze tijd is het zomaar mogelijk dat je zonder enige ervaring direct voor de klas mag. Als je als zij-instromer aan het werk gaat is dat zelfs de bedoeling! Dat is natuurlijk prettig, zeker als je ook een hypotheek te betalen hebt of kinderen te voeden. Een betaalde baan is dan gewoon noodzakelijk. En dat is dus ook haalbaar. Je hebt het goed voor elkaar en je hebt er alle vertrouwen in. En dan breekt die eerste dag aan. Je bent goed voorbereid, je les is op orde, je materiaal ligt klaar, de bel gaat. De leerlingen stromen binnen en je kan niet wachten om al jouw kennis in die koppies te gieten.

Maar dan blijkt het allemaal heel anders. Het is helemaal niet leuk. De leerlingen willen niet weten wie jij bent, ze willen ook eigenlijk helemaal geen les krijgen, ze reageren niet netjes en vriendelijk en je bent alleen maar aan het corrigeren en waarschuwen. Er vliegt iets langs je hoofd als je je omdraait en voor je het weet is de les voorbij en heb je geen idee wat er nu precies gebeurd is. Aan het einde van de dag ben je doodop. Je hebt geen flauw idee hoe je de dag doorgekomen bent en wat je nu precies hebt gedaan. En je ziet nu al als een berg op tegen morgen het eerste uur. Want dan begint dit circus weer van voor af aan.

Geef niet te snel op!

De afgelopen jaren heb ik veel van deze situaties gezien of van collega’s gehoord dat zij hun eerste weken, maanden en soms zelfs jaren zo ervaren. Enthousiaste mensen die graag wat goeds willen doen en vanuit die houding besluiten een goede baan op te zeggen en in het onderwijs gaan werken. En dan blijkt het heel erg tegen te vallen. Maar wat doe je dan?

Op het internet lees je verhalen en ik geloof zelfs dat iemand die slechts 3 weken in het onderwijs werkte, binnen zijn proeftijd is vertrokken om nooit meer terug te keren. Ik vind dat jammer. Om te beginnen omdat het niet echt positieve reclame is voor het vak. Er moeten docenten en leerkrachten bij. Op deze manier krijgen mensen die twijfelen de neiging om de stap toch niet te zetten. Aan de andere kant is het wel van belang dat je, wanneer je deze stap zet, goed weet waar je aan begint. Dat voorkomt teleurstellingen voor alle partijen.

Ik denk dat veel van de mensen die in het onderwijs gaan werken in het begin denkt ‘waar ben ik aan begonnen?’. Het is ook bekend dat de eerste vijf jaar van een onderwijscarrière cruciaal zijn. Het is hard werken, je moet aan veel dingen denken, alles is nieuw en het schooljaar dendert in een sneltreinvaart door. Logisch dat het even duurt voor je er echt goed in zit.

Tips om je niet direct uit het veld te laten slaan

In mijn ogen zijn er een aantal dingen die je kunt doen om het jezelf iets makkelijker te maken. Om te beginnen is het belangrijk dat je jezelf die vijf jaar geeft om te wennen. Geef het niet te snel op. Na vijf jaar heb je een goed beeld van het vak en zul je merken dat er zelfs wat routine ontstaat. Herkenbare situaties, niet alles is meer nieuw. Ik denk dat je pas dan echt kunt zeggen of dit vak jou past en of je hier wel of niet in wil doorgaan.

Daarnaast kun je in de voorbereiding een aantal dingen doen. Voordat je het roer omgooit is het verstandig om een tijdje met een docent of op een school mee te lopen. Onderzoek eerst eens wat het betekent om voor de klas te staan. Probeer zoveel mogelijk aspecten van het vak mee te maken. Stap eens een school binnen en vertel van je plannen. Of benader iemand via LinkedIn. Mijn ervaring is dat docenten en leerkrachten trots zijn op hun werk en jou graag laten zien wat ze doen.

Een derde tip zou zijn om, wanneer je eenmaal de stap hebt gezet, je niet direct vast te pinnen op de school waar je start. Er zijn zoveel scholen, zoveel niveaus. Iedere school pakt het anders aan. Het docententeam verschilt per school. De leerlingen zijn per school anders. Persoonlijk heb ik het als leerzaam en prettig ervaren om in de eerste vijf jaar op verschillende scholen werkzaam te zijn. Dit kan ook en is niet gek. Normaal gesproken krijg je pas een vast contract als je bevoegd bent. Dat betekent dat je ieder schooljaar een jaarcontract krijgt en het is niet vreemd om na een schooljaar verder te kijken. Zelf merkte ik op een gegeven moment dat ik me bij een school erg op mijn gemak voelde en dus ben ik daar langer gebleven. Ik heb lesgegeven aan verschillende niveaus en op verschillende soorten scholen. De ene school paste beter bij me dan de andere. De vrijheid van de eerste vijf jaar en de tijdelijke contracten gaf mij de gelegenheid rond te kijken. Dit is misschien ook het voordeel van het lerarentekort. Er zijn momenteel voldoende banen.

Invalwerk is niet altijd makkelijk

Begin je halverwege het jaar? Dan zal het vaak om invalwerk gaan. De school heeft een zieke docent of een docent gaat halverwege het jaar weg. Je neemt dan de klassen over van die docent. Iedere docent zal je vertellen dat dit niet de ideale manier van starten is. Zelfs ervaren docenten hebben hier moeite mee. Begin je aan het begin van het jaar, dan groei je met je klassen mee. Maar als je halverwege begint, dan is de groep al gevormd en zijn de leerlingen een werkwijze gewend die niet de jouwe is. Dat maakt het niet makkelijker en ik denk dat zo’n ervaring voor docenten vaak pittig is en een reden kan zijn om het onderwijs toch de rug toe te keren zonde! Het is belangrijk om bij invalwerk voor ogen te houden dat het tijdelijk is en dat, wanneer je mag blijven, het nieuwe school jaar een frisse start zal bieden. Misschien is het nog beter om als onervaren docent deze situatie te vermijden en te wachten tot het nieuwe schooljaar begint om op een school te starten.

Vraag hulp

De belangrijkste tip is misschien wel: vraag hulp. Dat is het beste wat je kunt doen. Er zijn voldoende mensen op school die jou kunnen helpen, die je kunnen coachen en tips kunnen geven. Kijk mee met andere docenten om te zien hoe het daar gaat. Praat met je leidinggevende om te vertellen waar je tegen aan loopt. Je kunt dan wellicht gekoppeld worden aan een coach in de school. Deze kan met je meekijken en je tips geven om meer grip te krijgen op je lessen. Helaas is dit nog niet op iedere school een standaard situatie, maar ook dan heb je recht op hulp. Dus voel je niet dom of bezwaard. (Leren) lesgeven is een intensieve bezigheid en iedere startende docent loopt tegen problemen aan. Door hulp te vragen en met andere docenten mee te kijken leer je veel en ontwikkel je langzaam maar zeker je eigen stijl. Een stijl die bij jou past en voor jou werkt.

Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen aan het begin van je onderwijscarrière.