Aan het begin van het jaar wordt vaak stof herhaald van het jaar of de jaren ervoor. Bij het vak Nederlands wordt kennis opgestapeld. Het wordt steeds moeilijker en we gaan steeds meer de diepte in. Sommige onderdelen, zoals begrijpend lezen, lopen gedurende de hele opleiding door en bouwt steeds verder uit. Na een lange zomervakantie is het niet altijd makkelijk om de kennis van het jaar ervoor nog te herinneren. Daarom is het goed om die kennis weer even op te halen en te bekijken wat de leerlingen nog weten.

Hoe zat het ook alweer?

Vorige week heb ik dit gedaan in havo 3. De leerlingen krijgen binnenkort een toets over begrijpend lezen, waarbij ze veel nieuwe stof hebben moeten leren. De toets vraagt echter ook van ze dat ze stof van eerdere jaren kunnen toepassen. Ik verdeelde de leerlingen in groepen en gaf iedereen een blaadje met daarop een tabel. De tabel benoemde alle termen van de vorige twee leerjaren, die belangrijk zijn voor het komende proefwerk. In de tweede kolom was ruimte vrij gehouden om de betekenis of omschrijving van de termen te noteren. In de derde kolom konden de leerlingen aangeven of ze de betreffende term goed kennen of dat er nog enig leerwerk vereist is.

De leerlingen ging in groepen aan het werk. Ze mochten hun boek gebruiken en ook op internet kijken. Ze moesten samenwerken en elkaar helpen, maar wel hun eigen tabel invullen. Bij het uitleggen van de opdracht gaf ik aan dat deze opdracht zou leiden tot een mooi document waarin alle belangrijke informatie te vinden was voor het proefwerk en dat het dus belangrijk was om serieus te werk te gaan. De leerlingen gingen enthousiast van start.

Ook nieuwe kennis toevoegen

Aan het einde van de tabel waren de onderste vier regels leeg gelaten. Daar konden de leerlingen de nieuw geleerde termen noteren, de betekenis aanvullen en bepalen of zij deze termen voldoende begrijpen. Deze termen moesten ze zelf uit het boek halen. Dat betekent dus dat ze moeten achterhalen welke termen in de stof prioriteit hebben en belangrijk zijn voor de toets.

Het resultaat was dertig netjes ingevulde tabellen. Zelf maakte ik eenzelfde tabel als antwoordmodel. Na de opdracht kregen de leerling een antwoordmodel. Doel was om met een andere kleur de ontbrekende informatie aan te vullen. Afhankelijk van de hoeveelheid ontbrekende informatie moesten de leerlingen ook herzien in hoeverre zij goed hadden ingeschat of ze de stof begrepen. Aan het einde van de les werden de antwoordmodellen weer ingeleverd.

Nabespreking

We bespreken de opdracht klassikaal. Hadden de leerlingen de stof van vorig jaar nog goed op hun netvlies? Hadden ze een goed beeld van in hoeverre zij de stof begrepen? Of moeten ze hun beeld bijstellen? Wat betekent dit voor hun planning?

Aan het einde van de les is de opbrengst als volgt. De leerlingen hebben een mooi document met belangrijke informatie voor het proefwerk. Ze hebben zelf gewerkt aan de invulling van dit document. Ze hebben informatie opgezocht, met medeleerlingen gediscussieerd en zijn gezamenlijk tot een antwoord gekomen. Daarna zijn ze actief aan de slag gegaan met het aanvullen van ontbrekende stof. En ten slotte hebben we besproken wat ze weten en wat nog niet en wat ze moeten doen om een voldoende te halen op het proefwerk.